De geschiedenis van speelkaarten

Graag nemen we u mee de geschiedenis om wat achtergrondinformatie te geven over speelkaarten en hun oorsprong.

Er bestaan veel theorieën over de manier waarop het kaartspel in de Lage Landen terecht is gekomen. De meest waarschijnlijke is dat speelkaarten – net als dobbelstenen – zijn afgeleid van het oude opwerpen van pijlen om de toekomst te voorspellen, zoals dat in Korea werd gedaan. De pijlen waren voorzien van symbolen die een rang aanduidde; later werden deze symbolen nagemaakt op stokken om mee te gooien en op smalle stroken papier. Op latere Chinese kaarten staan symbolen die opvallende gelijkenis vertonen met onze moderne speelkaarten.

Waarschijnlijk is het kaartspel van origine een Chinees spel. Waar tot de 12e eeuw nog kaart-stenen werden gebruikt, gemaakt van been of ivoor met uitgesneden symbolen, begon met de uitvinding van papier een spel te ontstaan waarbij de kaarten daadwerkelijk geschud konden worden.

Oorspronkelijke speelkaarten
Kaarttekens geschiedenis

Kaartspel = Duivelsspel

Het duurde lange tijd voordat het kaartspel algemeen werd geaccepteerd. Net als veel andere spelletjes werden kaartspellen aanvankelijk een uitvinding van de duivel genoemd en in sommige Europese landen, zoals in Spanje en Italië, zijn kaartspellen daarom zelfs geruime tijd helemaal verboden geweest. In de loop van de eeuwen werd het kaartspel trouwens in elke grote Europese stad wel eens verboden, afhankelijk van de tijdsgeest of het type spel wat met speelkaarten gespeeld werd.

Speelkaart symbolen.

De nu gebruikte “kleuren” (klaver, schoppen, harten en ruiten) werden pas in de 16e eeuw in Frankrijk voor het eerst gebruikt. Voor die tijd was het kaartspel nog verdeeld in bekers, zwaarden, munten en knotsen, gebaseerd op de oude hindoekasten van brahmanen, soldaten, kooplieden en slaven.

De verdere ontwikkeling van speelkaarten

Ondanks felle protesten werd het kaartspel in snel tempo populair. In het begin was het nog voorbehouden aan de adel en rijke handelslieden. Speelkaarten waren een kostbaar bezit. Ze werden vaak hand geschilderd op perkament en met bladgoud bewerkt. Zelfs later, toen kaarten werden gedrukt met behulp van houtsneden en kopergravures, bleef de prijs door het kostbare papier te hoog voor de gewone man. Toch groeide de vervaardiging van kaarten uit tot een volwaardige industrie.

Het centrum van deze activiteit was Doornik, een plaatsje in België waar in het midden van de 15e eeuw maar liefst 27 kaartenmakers werkzaam waren. Al deze meester-kaartenmakers hadden vaklieden in dienst die de verf en het papier bereidden, en kunstenaars die de kaarten ontwierpen en schilderden. Met de uitvinding van de xylografie – het drukken vanaf houten platen – werd het mogelijk grote hoeveelheden kaartspellen ineens te maken. De daling van de papierprijs zorgde er verder voor dat de speelkaarten ook binnen handgebruik van de armste kwamen. In hoog tempo werden er spellen bedachten en het gokken met speelkaarten (evenals het vals spelen…) nam enorme vormen aan. De populariteit van het kaartspel bereikte haar hoogtepunt in de 18e en 19e eeuw, toen er door mensen uit alle lagen van de bevolking met speelkaarten werd gespeeld. Tot op heden is die populariteit nog steeds aanwezig.